KaMOShiwijzer bij Reus Gommaar is boos

Reus Gommaar is een windmolen. Hij werkt hard om de mensen elektriciteit te bezorgen. Maar hij is boos wanneer hij ziet dat de mensen zoveel energie verspillen. Hij roept naar de mensen, maar ze willen niet luisteren. Reus Gommaar beslist dan maar om zijn wieken stil te leggen. De lichten, de verwarming, en de apparaten van de mensen vallen uit. De mensen geraken in paniek. De technieker begrijpt niet wat er met Reus Gommaar gebeurt. Een klein meisje begrijpt het wel. Samen maken ze een plan om energie te besparen. Reus Gommaar is tevreden met de voorstellen en laat zijn wieken weer draaien in de wind.

Thema: energie/elektriciteit verspillen en besparen.

Subthema’s: wind, molens, windmolens, hernieuwbare energie, leven zonder of met minder elektriciteit, wat werkt met of zonder energie/elektriciteit? 

Mogelijke aanleidingen om dit verhaal te vertellen

  • Er is veel wind of stormweer geweest of aangekondigd.
  • De elektriciteit is uitgevallen in de school of de buurt.
  • Er staat of komt een windmolen in de buurt van de school en dat roept vragen op.
  • Een kind heeft bv. tijdens een uitstap/reis met de ouders een windmolen gezien en wil daar over vertellen. Beroepen: wat wil ik later worden, meisjes en techniek, wat doet een technieker, elektricien?
  • Je wil met de klas of de school deelnemen aan Earth Hour (rond 27 maart - zie https://www.earthhour.org) of aan Dikketruiendag (rond 11 februari)

Ontwikkelingsdoelen kleuteronderwijs

Wetenschappen en techniek

  • Techniek : Kerncomponenten van techniek: 2.1 de kleuters kunnen van technische systemen die ze zelf vaak gebruiken, aangeven of ze gemaakt zijn van metaal, steen, hout, glas, papier, textiel of kunststof.
  • Techniek : Kerncomponenten van techniek: 2.2 de kleuters kunnen van een eenvoudig technisch systeem uit hun omgeving aantonen dat verschillende onderdelen ervan in relatie staan tot elkaar in functie van een vooropgesteld doel.
  • Techniek : Techniek als menselijke activiteit: 2.3 de kleuters kunnen in een eenvoudige situatie nagaan welk technisch systeem best tegemoet komt aan een behoefte.
  • Techniek : Techniek als menselijke activiteit: 2.4 de kleuters kunnen ideeën bedenken voor een eenvoudig technisch systeem.
  • Techniek : Techniek als menselijke activiteit 2.5 de kleuters kunnen geschikt materiaal en gereedschap kiezen voor het realiseren van een eenvoudig technisch systeem.
  • Techniek : Techniek als menselijke activiteit 2.6 de kleuters kunnen een eenvoudig technisch systeem maken, al dan niet aan de hand van een stappenplan.
  • Techniek : Techniek als menselijke activiteit 2.7 de kleuters kunnen nagaan of het doel werd bereikt met een zelfgemaakt technisch systeem.
  • Techniek : Techniek als menselijke activiteit 2.8 de kleuters zijn bereid hygiënisch, veilig en zorgzaam te werken.
  • Techniek : Techniek als menselijke activiteit: 2.9 de kleuters tonen een experimentele en explorerende aanpak om meer te weten te komen over techniek.
  • Techniek : Techniek en samenleving: 2.10 de kleuters kunnen aangeven dat een technisch systeem dat ze gebruiken nuttig, gevaarlijk en/of schadelijk kan zijn.

Mens en maatschappij

  • Mens: Ik en mezelf: 1.2 de kleuters kunnen in een eenvoudige taal een recent gebeurde situatie waarbij zij betrokken waren in dialoog met een volwassene, beschrijven en vertellen hoe zij zich daarbij voelden.
  • Mens: Ik en de ander: 1.4 de kleuters kunnen in concrete situaties verschillende manieren van omgaan met elkaar herkennen en erover praten.
  • Mens: Ik en de ander: 1.5 de kleuters kunnen bij anderen gevoelens van bang, blij, boos en verdrietig zijn herkennen en kunnen meeleven in dit gevoel.
  • Mens: Ik en de ander: 1.6 de kleuters weten dat mensen eenzelfde situatie op een verschillende wijze kunnen ervaren en er verschillend kunnen op reageren.
  • Mens: Ik en de ander: 1.7 de kleuters kunnen een gevoeligheid tonen voor de behoeften van anderen.
  • Mens: Ik en de anderen: in groep: 1.10 de kleuters kunnen in concrete situaties met de hulp van een volwassene afspraken maken.

Nederlands

  • Nederlands luisteren: 1.2 de kleuters kunnen voor hen bestemde vragen in concrete situaties begrijpen.
  • Nederlands luisteren: 1.3 de kleuters kunnen een mondelinge, voor hen bestemde boodschap, ondersteund door beeld en/of geluid, begrijpen.
  • Nederlands luisteren: 1.5 de kleuters kunnen een beluisterd verhaal, bestemd voor hun leeftijdsgroep, begrijpen.
  • Nederlands luisteren: 1.6 de kleuters kunnen de bereidheid vertonen om naar elkaar te luisteren en om zich in te leven in een boodschap.
  • Nederlands spreken: 2.1 de kleuters kunnen een voor hen bestemde mededeling en/of verhaal zo (her)formuleren, dat de inhoud ervan herkenbaar overkomt.
  • Nederlands spreken: 2.2 de kleuters kunnen spreken over ervaringen of gebeurtenissen uit de eigen omgeving of over wat ze van anderen vernamen.
  • Nederlands spreken: 2.10 de kleuters kunnen zich inleven in duidelijk herkenbare rollen en situaties en vanuit eigen verbeelding/beleving hierop inspelen.

MOS-kerndoelen bij dit verhaal

hart

Voelen: inleven

  • Zich kunnen inleven in de gevoelens en uitdaging van Reus Gommaar.
  • Zich bewust zijn van eigen gedrag i.v.m. het gebruik van elektriciteit en energieverspilling.
  • Interesse vergroten voor wind, windmolens en windenergie.
  • Waarderen van wind en zon als bronnen van energie.
hoofd met hersenen

Denken: onderzoeken

  • Eerste kennis verwerven over energie, elektriciteit, hernieuwbare energiebronnen, groene stroom.
  • Kunnen opnoemen waarvoor elektriciteit gebruikt wordt.
  • Kunnen uitleggen van waar elektriciteit komt.
  • Kunnen uitleggen hoe en wanneer je elektriciteit verspilt en bespaart.
  • Een mening en tips kunnen formuleren over het verspillen en besparen van energie.
hand

Doen: actievoeren met kinderen

  • Zorgzaam omgaan met energie/ elektriciteit. 
  • Anderen via acties kunnen oproepen om minder energie/ elektriciteit te verspillen.

 

 

Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's)

SDG 4 - kwaliteitsonderwijs ‘4.7 Er tegen 2030 voor zorgen dat alle leerlingen kennis en vaardigheden verwerven die nodig zijn om duurzame ontwikkeling te bevorderen….’
SDG 7 - betaalbare en duurzame energie ‘7. Verzeker toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen’
SDG 12 - verantwoorde consumptie en productie

‘Verzeker duurzame consumptie- en productiepatronen.’

‘12.8  Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur.’

Overzicht van de prenten + bijhorende sleutelvragen

Prent 0 – titel + cover

personage met windmolen als hoofd

 

 

 

 

Prent 1 – Reus Gommaar is niet tevreden

Reus Gommaar is niet tevreden

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Welke soorten molens ken je? Kermismolen, watermolen, windmolen, … 
  • Wie heeft er al eens een (wind)molen (van dichtbij) gezien? Wat zag je?
  • Hoe werkt een molen? Waarom doet die dat?

Prent 2 – Mensen verspillen, energie

Mensen verspillen energie

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Wat is energie? Waar komt die vandaan? De kleineren mogen hier gerust over fantaseren 
  • Wie verspilt er ook wel eens energie? (ik, (groot)ouders, …) 
  • Hoe dan? (licht laten branden, computer laten opstaan, verwarmen met deur of raam open, …)

Tips

  • Leg de link (of vertrek) met het eigen lichaam. 
  • Waar halen we de energie vandaan om te stappen, lopen, klauteren, spelen, …? 
  • Wat gebeurt er als we niet of minder eten? Moe, geen fut, ziek, …

Prent 3 –  Reus Gommaar is boos

Reus Gommaar is boos

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Wie is er ook al eens boos geweest? Waarom? 
  • Hoe voelde dat voor jou? En voor de ander?

Prent 4 – Reus Gommaar zwaait met wieken

Reus zwaait met wieken

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Waarom willen de mensen niet naar Gommaar luisteren, denk je?  Laat de kinderen hier gerust even over freewheelen. 
  • Confronteer hen eventueel (voorzichtig) met het eigen gedrag.

Prent 5 – Reus Gommaar legt wieken stil

Reus legt wieken stil

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Hoe komt het dat de energie uitvalt als Reus Gommaar zijn wieken stillegt? 
  • Wat vind jij ervan dat Reus Gommaar zomaar stopt en de mensen zonder energie zet?
  • Waarom vind je dat? 
  • Hoe geraakt elektriciteit/licht tot in onze klas? Huizen? Fabrieken?

Prent 6 – Kabaal in de huizen

Kabaal in de huizen

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Wie heeft er thuis al eens zonder elektriciteit/licht/verwarming gezeten? 
  • Hoe kwam dat? Duurde het lang? Hoe voelde dat voor jou?

TIP: 

Prent 7 – Technieker en klein meisje 1

Technieker en klein meisje 1

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Wie heeft er al eens een technieker (bv. voor de verwarming, elektriciteit, verlichting, …) aan het werk gezien? Wat deed die juist?
  • Wie maakt/repareert zelf ook graag dingen of helpt mama/papa/opa/ oma/zus/broer daarbij? (bv. de fiets, met hout, de tuin, …). Waarom doe je dat (niet) graag?

Prent 8 – Technieker en klein meisje 2

Technieker en klein meisje 2

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Kunnen/willen wij energie besparen (om Reus Gommaar te helpen)? 
  • Wat kunnen wij doen om geen energie (meer) te verspillen? 
  • Hoe pakken we dit het best aan? bv. via leerlingen/MOS-raad

TIP:

  • Je kan er voor kiezen om het verhaaltje hier (of na plaat 10) te stoppen en de kinderen zelf een einde te laten verzinnen. Laat ze dan de illustratie die bij hun einde hoort op een muzisch-creatieve manier invullen.

Prent 9 – Mensen hebben een plan

Mensen hebben een plan


 

Prent 10 – Reus Gommaar is tevreden

Reus Gommaar is tevreden

Mogelijke STEM-activiteit bij deze prent

1. Laat de kinderen zelf windmolens bedenken, ontwerpen en maken. Je kan de kinderen laten blazen. Welke windmolen werkt het best? Waarom is dat? 

2. Laat de kinderen energie/licht opwekken via de dynamo dor op een fiets te trappen = brandende lamp. Hoe komt het dat de lamp brandt als we trappen? Waar komt de energie vandaan (benen)? Hoe wordt onze energie omgezet in licht (via dynamo)?

3. Leg de link tussen de benen/wind naar de fiets/molen, naar de dynamo (zowel in fiets als molen), naar elektriciteit. 

4. UITDAGING: kunnen we met onze klas een windmolen bouwen die genoeg wind kan vangen om een fietsdynamo aan te drijven en een lamp(je) te doen branden? 

TIP:

  • Werk eventueel samen met de leerlingen van de derde graad.

De prenten waarnemen

De personages in het verhaal

  • Reus Gommaar: prent 1, 3, 4, 5, 7 en 10. Welke uiterlijke kenmerken heeft Reus Gommaar?  Aan wat kan je zien dat dit een reus is?
  • Het meisje: prent 6, 7, 8, 9, 10. Welke naam vinden jullie fijn voor het meisje?
  • Technieker Hannelore: prent 6, 7, 8, 9, 10.
  • Poes: prent 2.
  • Mama en papa: prent 6 en 9; papa op prent 10?
  • De mensen: prent 6 en 9.
  • De werkers/ techniekers: prent 7 en 9. Hoeveel werkers tel je? 

Gevoelens

  • Prent 3: Reus Gommaar is boos, ontevreden, teleurgesteld in de mensen.
  • Prent 4: Reus Gommaar is kwaad.
  • Prent 5: Reus Gommaar is het beu.
  • Prent 6: de mensen zijn verrast, onwetend, hulpeloos, bang, in paniek,…
  • Prent 8: technieker Hannelore is beschaamd, ze bloost.
  • Prent 10: Reus Gommaar heeft medelijden. Iedereen is blij.

Hulpmiddelen voor onderzoek

  • Prent 2: waarvoor is energie/elektriciteit nodig? Wat werkt op energie/elektriciteit? Welke kleur geeft dat aan op de prent? Kunnen we in onze klas/school ook gele stickers hangen waar energie/elektriciteit gebruikt wordt? 
  • Prent 3: heeft een molen altijd drie wieken?
  • Prent 6: waarvoor gebruikt het meisje thuis energie/elektriciteit? Waarvoor gebruiken we thuis energie? 

Gedetailleerd waarnemen

  • Prent 1: zijn alle huisjes gelijk?
  • Prent 2: wat zie je allemaal? Waarom staat het venster open? Is dat oké? Kijken poezen naar tv? Wat kan beter?  
  • Prent 6: heeft het meisje dezelfde kleur van haar als het haar van haar mama?
  • Prent 7: wat hebben de werkers nodig om aan de reus te werken?  Zijn alle werkers mannen?
  • Prent 8: zie je mama en papa? Hoe herken je ze?
  • Prent 9: waar is het meisje? Kan dit echt? Wat heeft ze bij? Waarom?
  • Prent 10: wat doen de mensen om energie te sparen? Wie rijdt er met de fiets? 

Vergelijkend waarnemen

  • Vergelijk de huisjes van prent 1 met prent 5.
  • Vergelijk de huisjes op prent 10 met prent 1. Waarom schijnt er een zon op prent 10?
  • Wat werkt op prent 2 en niet meer op prent 6? 
  • Vergelijk de gezichtsuitdrukking van Reus Gommaar op prent 3 met prent 10.
  • Vergelijk prent 9 met prent 7. Kan je de werker met de bril vinden?

Woordenschat en uitdrukkingen in het verhaal

Algemeen
Als dat maar goed afloopt/ beseffen/ bestelwagen/ een lesje leren/ eigenaardig/ geen sliertje rook/ gehuil en geschreeuw/ gereedschap/ getier en geroep/ gewoonweg/ grommen/ het haalt niets uit / ik ben het beu/ ik doe het niet langer/ ik heb het gehad/ kabaal/ medelijden/ niet beseffen wat er gebeurt/ onderzoeken van top tot teen/ ontzettend veel/ opbellen/ rood kleuren tot achter de oren/ sip kijken / spleten en kieren/ toegeven/ weerklinken/ weten wat er aan de hand is/ zij stond er gewoonweg niet bij stil/ zo lek als een zeef/ zowat.


Energie/ elektriciteit
Een reus van een windmolen/ boven de aarde uit torenen/ zoeven/ verspillen/ energie sparen/ zwaaien/ hoge wieken/ grote wieken/ wind vangen/ stilleggen/ pikkedonker/ berekoud/ de schoorsteen/ zuiniger/ hij zet langzaam zijn grote wieken in gang/  draaien dat het een lieve lust is/ technieker/ energiemaatschappij/ huizen isoleren/ energie besparen/ zonder energie zitten/ de verwarming springt op.

De inleving versterken

hart

Verduidelijken en naspelen van het verhaal van Reus Gommaar

De boodschap van Reus Gommaar aan elkaar verduidelijken

Aan de hand van kringgesprekken ervaringen en gevoelens uitwisselen

Aanbieden van mogelijkheden voor vrij spel

Het verhaal muzisch verwerken

Participatie

 

Verduidelijken en naspelen van het verhaal van Reus Gommaar

  • Laat de kinderen zich inleven in de gevoelens van de personages: 
  • de boosheid en tevredenheid van Reus Gommaar. 
  • Reus Gommaar die weigert om nog energie/elektriciteit te maken.
  • gevoelens van de mensen al ze geen elektriciteit hebben.
  • Maak het verhaal concreter: welke naam heeft het meisje? Heeft ze een eigen kamer en enkele toestellen op elektriciteit? Heeft ze een broer, zus, andere gezinssituatie? Is er een technieker en een windmolen in de buurt? Zijn er concrete plannen in de wijk? Voor ieder huis een eigen windmolen? 
  • Bied enkele kledingstukken en attributen aan om zich in te leven in de personages van het verhaal.
  • Laat de kinderen zelf een vervolg aan het verhaal verzinnen en uitbeelden

 

De boodschap van Reus Gommaar aan elkaar verduidelijken

  • Vertrek van prent 4 – ‘Reus zwaait met wieken’ en prent 3 – ‘Reus is boos’. Vertel opnieuw de bijbehorende tekst.
  • Laat de kinderen in eigen woorden uitleggen wat het probleem is van Reus Gommaar. Vergelijk dit met de uitleg van het ‘kleine meisje’ bij prent 6: ‘Ik weet wat er aan de hand is. Reus Gommaar is het beu dat de mensen zoveel energie verspillen. Daarom stopt hij ermee. Hij wil geen energie meer maken zolang de mensen niet zuiniger zijn.’ Vergelijk ook met de tekst van technieker Hannelore bij prent 8:  ‘Ze stond er gewoonweg niet bij stil dat Reus Gommaar hard moet werken om energie tot in haar huisje te krijgen.’.
  • Laat de kinderen zelf ervaren wat hard werken is aan de hand van een zaklamp met hendel. Laat 1 kind aan de hendel draaien en alle kinderen van elektriciteit voorzien. Dit kan bv. aan de hand van een maquette met huisjes of met alle kinderen in hun eigen huisje (hoepel) binnen of buiten.

 

Aan de hand van kringgesprekken ervaringen en gevoelens uitwisselen

  • Boos zijn: ben je al eens boos geweest? Hoe voelt dat? Hoe merk je dat iemand boos is? Wat kan je dan doen? Leg de link naar de boosheid van Reus Gommaar.
  • Wat is een reus? Heb al eens een reus ontmoet? Hoe groot is een reus? Gommaar is 80 meter hoog. Hoeveel is tachtig meter op de grond? Kunnen we dit op de speelplaats ervaren? Groot zijn, is dat fijn? Hoe voelt dat? Wat is er nog zo groot als een reus? Is klein zijn fijn?  
  • Ervaringen i.v.m. energie/elektriciteit in de eigen leefwereld: welke elektrische toestellen hebben we in de klas? Welke apparaten heb je thuis? Zijn er trucjes of afspraken om energie te besparen?
  • Heb je als eens meegemaakt dat een toestel niet werkt, dat de elektriciteit in heel het huis/in de wijk uitviel? Hoe voelt dat als een toestel niet werkt of als je zonder licht, zonder verwarming, …zit? 
  • Wat is verspillen? Wat kan je nog verspillen? Hoe kan je elektriciteit verspillen?  Hoe kan je dit vermijden? Welke gevoelens heb je daarbij? 
  • Wie kan Iets herstellen/repareren? Wie doet het? Voorbeelden? Gevoelens hierbij? Is dit belangrijk? Waarom? 

 

Aanbieden van mogelijkheden voor vrij spel

  • Zorg voor kledij en spelmaterialen in de huishoek en in de speelkeuken: sfeerlamp, televisietoestel, gsm, gsm-lader, dikke trui, koelkast, kookplaat, oven, microgolf, broodrooster, ramen open en toe. Laat hen situaties naspelen waarbij ze al of niet zuinig omgaan met energie. Voorzie een bordje met aan de ene kant een zon en aan de andere kant een maan. De kinderen draaien het bordje zelf om en beleven dag en nacht. 
  • Voorzie kleine voorwerpen en figuurtjes om het verhaal na te spelen: huisjes, boompjes, windmolen, tv, speelcomputer, lamp, verwarmingstoestel, papa, mama, meisje, …techniekers met helmpjes, ladder, werktuigen, fietsen, zonnepanelen.
  • Denk aan kledij en materialen voor de bouwers en techniekers in de bouwhoek. Kunnen we een windmolen of een hoge toren bouwen? Kunnen we enkele huisjes bouwen met een eigen windmolen, muren die geïsoleerd worden, een groen dak,… Voorzie extra materialen zoals een ‘bestelwagen vol gereedschap’, helmen, werkgerief, een grote kaart als werkplan, …

 

Het verhaal muzisch verwerken

  • Allerlei situaties in huis, keuken, tuin uitbeelden en enkele kinderen als boze en blije Reus Gommaar laten reageren door met de armen (wieken) aangepast te bewegen.
  • Een boze en een blije Reus Gommaar tekenen/schilderen.
  • Twee maquettes knutselen: eentje met mensen die zuinig omgaan met energie. En eentje waarin ze energie verkwisten en Reus Gommaar boos is.
  • Een grote Reus Gommaar in karton knutselen en aankleden met gestreepte trui of hemd, ofwel beschilderen,… Eventueel een grote kartonnen koker in ringen zagen, buitenkanten beschilderen en terug op elkaar plaatsen (zie opbouw van windturbine). Dit knutselwerk gebruiken als blikvanger bij het toonmoment.

 

Participatie

  • Respecteer wat kinderen al of niet uit hun eigen leefwereld, thuissituatie willen vertellen.
  • Geef kinderen de kans om een rol te kiezen bij het naspelen van het verhaal van Reus Gommaar.
  • Laat de kinderen zelf kiezen wat ze van het verhaal muzisch willen verwerken.

Het denken, waarnemen en onderzoeken stimuleren

hoofd met hersenen

Opstellen en inschakelen van een thematafel

Inventariseren en globaal waarnemen van wat met energie/elektriciteit te maken heeft thuis en op school

Ervaren van de kracht van wind en kennismaken met windenenergie

Ontdekkingstocht naar molens

Inventariseren van hoe je energie/ elektriciteit kan verspillen en sparen

Geleid en zelfstandig spelen in de ontdekhoek en bouwhoek

Participatie door de kinderen en de omgeving bevorderen

Voor wie meer wil

 

Opstellen en inschakelen van een thematafel
Zorg voor een goede variatie. Vul aan of doe weg naargelang de belangstelling van de kinderen.

  • Zorg samen met de kinderen en ouders voor allerhande materialen om te experimenteren met wind en molens: allerlei molentjes, een watermolen voor in de waterbak, een molentje met wieken, …
  • Leg er ook foto’s, reclamefolders en andere afbeeldingen bij.
  • Schaf je een ontdekdoos i.v.m. molens, elektriciteit aan om te experimenteren.
  • Voorzie een onderzoeksboekje om enkele vaststellingen te noteren.

 

Inventariseren en globaal waarnemen van wat met energie/elektriciteit te maken heeft thuis en op school 

  • Vertrek van prent 2 – ‘mensen verspillen energie’. Maak een lijst van wat op elektriciteit werkt in het klaslokaal, in de school en in de eigen leefomgeving: de living, de keuken, de slaapkamer, eventueel de tuin, de garage: een elektrische trein, de kermis, een automatische deur, een lift, een stofzuiger, een lamp die automatisch aanflitst,  eencomputer, een tv, een warmwaterkoker, een verlengsnoer met schakellichtje, de verwarming, de afstandsbediening van tv of poort, ……
  • Ga samen op ontdekking in het klaslokaal, in de school en schoolomgeving naar allerlei wat met elektriciteit in verband kan gebracht worden: apparaten, stopcontacten, schakelaars, stekkers, verlengsnoeren, lampen, eventueel leidingen die zichtbaar op de muur liggen, een elektriciteitsmeter, de zekeringenkast, bovengrondse elektriciteitsleidingen of een bovengrondse elektriciteitspaal, een elektriciteits mast, kabels, zonnepanelen, isolatiematerialen bv. bij huis in opbouw, ….
  • Maak kennis met afbeeldingen, energielabels op apparaten, de deur van een elektriciteitshokje, snoeren, afbeeldingen in reclamefolders, … .
  • Toon hoe je energie kan opwekken met een fiets:  brandt de lamp als je trapt? Hoe komt het dat de lamp brandt als we trappen? Waar komt de energie vandaan? Hoe wordt onze energie omgezet in licht? Visualiseer het circuit met een schets.
  • Reconstrueer Indien haalbaar de weg van een brandende lamp in de klas tot aan een windmolen of andere bron en omgekeerd: stopcontact, leiding, zekeringenkast, (digitale) elektriciteitsmeter, verlichting en elektriciteitspalen, elektriciteitsdraden in de straat, elektriciteitscabine met gevaarteken,  elektriciteitscentrale, hoogspanningskabels,… Leg eventueel afbeeldingen in volgorde.

 

Ervaren van de kracht van wind en kennismaken met windenenergie

  • Observeer op een winderige dag hoe kinderen met wind omgaan. Bied extra materialen aan om te experimenteren: een papieren en een plastic zak, windmolentjes, een vlieger, een vlaggenlijn, … Zoek samen met de kinderen naar opstellingen en plekken waar het krachtig of weinig waait. Vergelijk materialen, opstellingen en plaatsen,…
  • Ga in de omgeving op exploratie naar dingen die met de wind waaien, bewegen of geluid maken: bomen, vlaggen, een windhaan, een beachvlag, slingers, een vlieger, zwerfafval, een windmeter, wolken, een windzak, een windorgel, een windbel,..
  • Knutsel zelf allerhande constructies en windmolentjes in elkaar. En probeer ze uit.
  • Fotografeer of film wat je ziet. Projecteer dit voor de kinderen en ga in op hun reacties. 
  • Bespreek de voor- en nadelen van wind. 
  • Licht toe dat de mensen met windmolens energie/elektriciteit kunnen maken.

 

Ontdekkingstocht naar molens

  • Kijk uit of er een windmolen in de buurt te vinden is. Een molen met wieken in een voortuin? Een grote windturbine zoals Reus Gommaar?  Een oude molen om graan te malen?  Observeer en bespreek van op afstand.
  • Vul aan met afbeeldingen en ga op zoek naar filmpjes op internet.
  • Wat is een molen? Hoe werkt een molen? Wat is een wiek? 
  • Waarvoor dienen windmolens (vroeger, nu en elders)?
  • Kunnen we samen een molen bouwen en laten draaien? Gebruik eventueel een maquette, een bouwkit en speelgoed.

 

Inventariseren van hoe je energie/ elektriciteit kan verspillen en sparen

  • Ga terug naar prent 2 – ‘mensen verspillen energie’. 
  • Zoek samen nog andere voorbeelden van hoe je elektriciteit kan verspillen.
  • Hoe komt het dat mensen zoveel elektriciteit nodig hebben/willen gebruiken? Is elektriciteit altijd nodig?
  • Bespreek samen met de kinderen wat ze hiervan vinden. Laat hen zelf verwoorden waarom het niet oké is om energie/ elektriciteit te verspillen.
  • Wat zijn voordelen en nadelen van elektriciteit? 
  • Kunnen we leven zonder elektriciteit? Kunnen we ons dat inbeelden? Wat kunnen we niet meer doen als er geen elektriciteit is? Kunnen we dat anders doen? 
  • Leg het verband met prent 5 – ‘Reus legt wieken stil’. Laat de kinderen verwoorden wat ze hiervan vinden.
  • Hoe kan je verspilling voorkomen en zuinig omgaan met energie/elektriciteit? Laat de kinderen het opnoemen en indien mogelijk tonen. Vul zelf aan: verwarming lager zetten, apparaten uitschakelen, gordijnen en rolluiken sluiten, verwarming ‘s nachts laag zetten, ventilator i.p.v. airco gebruiken, ledlampen gebruiken, verlichting uitschakelen, warmwaterboiler in de keuken alleen opzetten als je hem nodig hebt, je huis beter isoleren, er voor zorgen dat je tijdens de dag gebruik kan maken van het zonlicht zodat je niet zo veel elektriciteit nodig hebt, ….
  • Hoe komt het dat de mensen blijven doorgaan met energie verspillen? Kost dat veel moeite? Hoe komt het mensen niet gemakkelijk hun gedrag veranderen? Wat kan daarbij helpen?

 

Geleid en zelfstandig spelen in de ontdekhoek en bouwhoek

  • Leer ze verbindingen en circuits maken, een zoemer geluid laten maken, een lichtje doen branden. Laat met een ‘electrokit’ een wieltje, tandwielen, ventilator, ‘vliegende schotel’ of motortje draaien,… Zie https://www.achtwespen.be/winkel   >> huurkoffer elektriciteit. 
  • Kijk uit of je kan beschikken over oud ‘electro-spel’ met batterij en lampje, 2 draadjes en opdrachtenkaarten die je ook zelf kan aanpassen. Eventueel zelf te maken. Zie ook electro-kleuterschool van Jumbo. Eventueel zoek je ook materiaal bij elkaar om zelf een deurbel met drukknop te maken. Jonge kinderen kunnen er ook zelfstandig mee aan de slag.
  • Geef de kinderen kansen om in de bouwhoek een windmolen op te bouwen. Ze kunnen ook huisjes bouwen die vriendelijk/niet zo vriendelijk zijn voor Reus Gommaar: groot of niet te groot, zonder raam of met raam voor zonlicht in elke kamer, met of zonder isolatie, met of zonder zonnepanelen, met of zonder een eigen windmolen,… Verrijk je bouwhoek met deze extra materialen.

 

Participatie door de kinderen en de omgeving bevorderen

  • Laat kinderen iets meebrengen van thuis dat met energie/elektriciteit te maken heeft of waarvoor geen elektriciteit nodig is (vlieger, molentje, speelgoed, gezelschapsspel, boek, prent, wekker, zaklamp met hendel, electrokit, …)
  • Breng een bezoek aan of ontvang bezoek van een technieker, ingenieur, elektricien of architect.
  • Werk samen met de gemeente, een bedrijf of vereniging om kinderen te laten zien waar elektriciteit vandaan komt.

 

Voor wie meer wil

  • Leg een verband met allerhande molens van elders of van vroeger: om graan te malen, olie te persen, papier te maken, water op te pompen, …
  • Maak kennis met hulpapparaten bv. in de keuken: een roerzeef om puree te maken (een passe-vite), een blikopener, een slacentrifuge, een keukenrobot, een mixer, … Verduidelijk het gebruik van energie/elektriciteit en ook het gebruik van tandwielen.
  • Schakel spelletjes en ontdekdozen met tandwielen in. Laat de kinderen ermee experimenteren. Laat ze ondervinden hoe tandwielen en apparaten werken bv. om bewegingen over te brengen, om wind in energie/elektriciteit om te zetten,…
  • Ga ook op zoek naar batterijen. Verduidelijk dat er in batterijen een beetje elektriciteit opgeslagen is. Bespreek voor- en nadelen. Leg uit hoe je ermee omgaat.
  • Maak kennis met het KaMOShibaiverhaal ‘Leon’. Er is bijbehorende KaMOShi-wijzer waarin enkele gelijkaardige ideeën aangegeven worden.
  • Om meer in te gaan op het verband met de opwarming van de aarde kan je het KaMOShibai-verhaal ‘Terra is ziek’ gebruiken. Ook hierbij is er een KaMOShiwijzer.

Acties om samen met de kinderen uit te voeren

hand

Elkaar helpen om zuiniger met elektriciteit om te gaan

Organiseren van een toonmoment voor ouders, grootouders, andere klassen,…

Organiseren van een energiearme/ ‘electriciteitsarme’ dag met klas of school als opstap naar een duurzaam energiebeleid

Participatie van de kinderen en omgeving

 

Elkaar helpen om zuiniger met elektriciteit om te gaan

  • Organiseer een kringgesprek over hoe kinderen thuis en in de klas zorgzaam omgaan met elektriciteit: laat hen tips geven die ze al gehoord hebben en die ze zelf uitvinden: niet te veel licht aandoen, licht uitdoen als je niet in de kamer bent, deuren goed toedoen, de zon binnenlaten en de gordijnen open- en dichtdoen naargelang nodig, een dikke trui aantrekken en de verwarming wat lager zetten, niet te veel warm water gebruiken bv. om te douchen, nieuwe ledlampen gebruiken in de plaats van oude lampen, sluimerverbruik leren kennen, opsporen en vermijden, …
  • Voorbeelden waarbij wel energie maar geen elektriciteit nodig is, kunnen misschien ook inspiratie bieden voor acties, bv. een opwindwekker gebruiken om het opruimen aan te kondigen.
  • Kies samen met de kinderen de belangrijkste tips die ze voor een overeen te komen periode willen toepassen in de klas. Als je vooraf voor jezelf observeerde hoe ze met elektriciteit omgaan in de klas, kan je hen daarmee confronteren. Maak afspraken. Laat de kinderen de afspraken tekenen. Hang de tekeningen op de plaatsen waar de afspraken toegepast worden. Stimuleer de kinderen om elkaar te helpen. Baseer je op de tekeningen van de kinderen om pictogrammen bij de afspraken te maken.
  • Bespreek regelmatig de resultaten. Laat de kinderen als energiekapiteins het opvolgen van de afspraken bijhouden in een tabel: goed opgevolgd /kan beter. Bedenk eventueel een andere naam voor de ‘energiekapiteins’.

 

Organiseren van een toonmoment voor ouders, grootouders, andere klassen,… 

  • Laat enkele kinderen het verhaal uitbeelden.
  • Help de kinderen om wat te vertellen bij enkele dingen van de thematafel. Zorg dat ze bv. een stroomcircuit kunnen demonstreren.
  • Exposeer de uitvindingen en het beeldend werk van de kinderen. Laat ze er een toelichting bij geven.
  • Ondersteun de kinderen om enkele afspraken en tekeningen i.vm. energieverspilling te verduidelijken. Laat hen uitleggen hoe ze dit in de klas opvolgen. Doe een oproep om ook thuis of in andere klassen met afspraken energieverspilling tegen te gaan. Geef een kopie van de pictogrammen die je in de klas gebruikt aan wie die dit wil. 
  • Bezorg ouders een themabundeltje zodat ze kunnen zien hoe je het in de klas hebt aangepakt.

 

Organiseren van een energiearme/ ‘electriciteitsarme’ dag met klas of school als opstap naar een duurzaam energiebeleid

  • Ga na waar je in de klas elektriciteit voor gebruikt en wat je kan doen zonder elektriciteit.
  • Breng andere klassen en ouders op de hoogte dat je tijdens een hele of halve dag zo weinig mogelijk elektriciteit gaat gebruiken. Laat kinderen uitleggen waarom je dit doet. 
  • Vraag aan ouders om een dikke trui, …en een petje, een muts of ander hoofdeksel mee te geven.
  • Zet de verwarming wat lager. Gebruik een oude schoolbel. Zing samen i.p.v. muziek te beluisteren. Gebruik geen verlichting en ook geen computer. Zet het speelgoed met batterijen op de kast nadat kinderen kunnen vaststellen dat deze niet werken zonder batterijen. Zorg voor gezelligheid, een rijk spel- en bewegingsaanbod binnen en buiten, verhaaltjes en veel variatie. Ook voor een kamishibai-verhaal heb je geen elektriciteit nodig. Zie je het zelf ook zitten om een dag je gsm of tablet niet te gebruiken? 
  • Bespreek met de kinderen wat ze ervan vinden en wat ze eruit leren. Stel een koffertje samen met voorwerpen en tips om te ‘overleven’ met de klasgroep, als op een dag de elektriciteit echt uitvalt.
  • Bespreek samen met de kinderen hoe dikwijls jullie dit willen herhalen zodat het niet blijft bij een éénmalig initiatief.
  • Zie ook MOS-actiefiche ‘Energiekje trekt de stekker uit’.

 

Participatie van de kinderen en omgeving

  • Laat de kinderen zoveel mogelijk zelf beslissen welke actie de voorkeur krijgt en wat ze op het toonmoment willen doen.
  • Geef kinderen de ruimte en ondersteuning om zelf acties voor te stellen en vol te houden bv. inzamelen van batterijen.
  • Werk samen met collega’s en directie om de schoolomgeving volledig kindveilig en duurzaam te maken. Zorg voor stopcontacten en verlengsnoeren die geen enkel gevaar voor kinderen inhouden. Vervang defecte lampen door led-verlichting.  Vraag naar verlichting met een sensor in de gangen en op de speelplaats. Stimuleer het plaatsen van zonnepanelen. Meet en verminder het energiegebruik. Maak gebruik van een doorvoerstekker of energiemeter om te meten hoeveel een apparaat verbruikt, een verlengsnoer met schakelaar, een thermometer, tochtstrips, een douchetimer, enz.
  • Doe mee aan acties van de gemeente en van verenigingen om bewuster om te gaan met energie en elektriciteit in de schoolomgeving.