KaMOShiwijzer bij Red de brooddoos

Brecht kiest op zijn verjaardag voor een andere lunch. Zijn brooddoos Red mag daarom niet mee naar school. Red is verdrietig en ook wel een beetje boos. Samen met haar vriendjes Paprikaatje Geel, Tomaatje Rood, Peertje Groen, Worteltje Oranje, en Broodje Bruin komt Red in actie.

Thema: gezonde voeding

Subthema’s: brooddoos, middaglunch, afvalpreventie, samenwerken, kiezen.

Mogelijke aanleidingen om dit verhaal te vertellen

  • De school organiseert een themaweek over gezonde voeding/ gezonde lunch.
  • De kleuters  hebben spontaan interesse en een gesprek over hun brooddozen en wat er in zit.
  • Een kleuter heeft zijn brooddoos vergeten.
  • De school wil een gezonde versie van de Week van de Smaak (12-22 november).
  • Je zoekt een activiteit om mee te doen met Wereldvoedseldag (16 oktober).

Ontwikkelingsdoelen kleuteronderwijs

Wetenschappen en techniek

Natuur : Levende en niet-levende natuur: 1.4 de kleuters kunnen organismen en gangbare materialen ordenen aan de hand van eenvoudige, zelf gevonden criteria.

Natuur : Gezondheid:  1.10 de kleuters kunnen in concrete situaties gedragingen herkennen die bevorderlijk of schadelijk zijn voor hun gezondheid.

Natuur : Gezondheid: 1.11 de kleuters tonen goede gewoonten in hun dagelijkse hygiëne.

Natuur: Milieu: 1.13 de kleuters tonen een houding van zorg en respect voor de natuur.

Wiskundige initiatie

Meten: 2.2  de kleuters kunnen dingen kwalitatief vergelijken en samenbrengen op basis van één of twee gemeenschappelijke kenmerken

Meten: 2.4  de kleuters kunnen in concrete situaties handelingen uitvoeren met vormen, grootheden en figuren, in functie van een kwalitatief kenmerk.

Mens en maatschappij

Ik en de ander: 1.5 de kleuters kunnen bij anderen gevoelens als bang zijn, blij zijn, boos en verdrietig zijn herkennen en kunnen meeleven in dit gevoel.

Ik en de ander: 1.6 de kleuters weten dat mensen eenzelfde situatie op een verschillende wijze kunnen ervaren en er verschillend kunnen op reageren.

Ik en de ander: 1.7 de kleuters kunnen een gevoeligheid tonen voor de behoeften van anderen.

MOS-kerndoelen bij dit verhaal

hart

Voelen: inleven

 

Zich kunnen inleven in de gevoelens van Red.

Zich kunnen inleven in de actie van Red en haar vriendjes.

Bereid zijn om van gezonde voeding een gewoonte te maken.

hoofd met hersenen

Denken: onderzoeken

 

Kunnen uitleggen wat een gezonde lunch is en wat niet gezond is.

De essentie van de voedingsdriehoek begrijpen.

Kennis over gezonde, lokale en seizoensgebonden voeding vergroten.

Weten hoe je afval en voedselverspilling kunt vermijden.

 

hand

Doen: actievoeren met kinderen

​​​​​​​Bereid zijn om verschillende smaken te proeven.

Kunnen helpen bij het klaarmaken van de brooddoos met gezonde voeding

Afval en voedselverspilling voorkomen.

 

Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's)

SDG 2 - geen honger '2.1  Tegen 2030  … toegang garanderen tot veilig, voedzaam en voldoende voedsel en dit het hele jaar lang.’
SDG 3 - goede gezondheid en welzijn

‘Verzeker een goede gezondheid en promoot welzijn voor alle leeftijden’

SDG 4 - kwaliteitsonderwijs ‘4.7 Er tegen 2030 voor zorgen dat alle leerlingen kennis en vaardigheden verwerven die nodig zijn om duurzame ontwikkeling te bevorderen….’
SDG 12 - verantwoorde consumptie en productie

‘Verzeker duurzame consumptie- en productiepatronen.’


‘12.8  Tegen 2030 garanderen dat mensen overal beschikken over relevante informatie over en zich bewust zijn van duurzame ontwikkeling en levensstijlen die in harmonie zijn met de natuur.’

Overzicht van de prenten + bijhorende sleutelvragen

Prent 0 – titel + cover

Titelblad Red de brooddoos

 

 

 

 

Prent 1 - Red de brooddoos is benieuwd

Red in de kast

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Wie heeft er ook een brooddoos? Welke kleur heeft ze?
  • Gebruik je je brooddoos regelmatig / veel / (bijna) nooit? Waarom wel / niet?
  • Heeft jouw brooddoos ook broertjes en zusjes? Welke kleur hebben die? Wie gebruikt die?

 

Prent 2 – Lobke en Brecht

Lobke en Brecht lopen de keuken in.

 

 

 

Prent 3 – Mag Red ook meedoen met het feestje?

Mama en Lobke zingen voor Brecht

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Wat zou daar aan de hand zijn bij Lopke en Brecht?
  • Wat vinden jullie van een (verjaardags)feestje? Wie had er al eens eentje of ging er als eens naartoe?
  • Wat vind je ervan dat Red niet aan het feestje mag meedoen? Waarom vind je dat?

 

Prent 4 – Brecht mag het middageten kiezen

Mama geeft Brecht een zoen.

 

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Wat zouden jullie kiezen? Het chocoladebroodje of het luxebroodje? Waarom?
  • Wie zou er nog voor iets anders kiezen? Wat dan? Waarom?
  • Wat lust je helemaal niet? Waarom?
  • Heb je er een idee van hoeveel zo’n broodje kost? (link leggen naar euro  >voor oudere kinderen)
  • Vind je dat veel / weinig? Waarom?

 

Prent 5  - Red is verdrietig

Red is verdrietig

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Wat vind je ervan dat Red (weer) de hele dag in de donkere kast moet blijven?
  • Heb jij thuis ook een brooddoos in de kast? Of mag ze (elke dag) mee naar school?
  • Wie kent Peertje Groen, Worteltje Oranje, Tomaatje Rood en Paprikaatje Geel? Lekker? Niet lekker?
  • Wie kent deze kleuren? Zien jullie ze ook in onze klas? Waar ken je ze nog van?

Prent 6 – Peer, Wortel, Tomaat en Paprika mogfen ook niet meedoen. Red is boos.

Red krijgt bezoek van peertje groen en wortel oranje

 

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Wat vind je van het antwoord van Peertje Groen?
  • Als jij mag kiezen, wat kies je dan? Waarom?

Prent 7 – Tomaat is fier

Tomaat lacht

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Hoe komen fruit en groenten aan al die vitamientjes?
  • Waar zijn vitamientjes goed voor? Kunnen we dat uitzoeken?
  • Zitten er ook vitamientjes in een chocoladebroodje? Wat dan wel? (meel, suikers, vetten, …)
  • Waar komen fruit en groenten vandaan? Wat hebben ze nodig om te kunnen groeien?
  • En wat met een banaan of een ananas? Waar komen die vandaan?
  • Kunnen we dat land terugvinden op de wereldbol?
  • Hoe geraakt Banaan of Ananas hier (boot, vliegtuig)? Wat vind je daarvan?

TIP: Het kaMOShibai-verhaal ‘De ananasboot’ sluit hierbij aan en legt de link tussen het thema voeding en het klimaat (voedselkilometers).

Prent 8 – We moeten uit de kast komenSamen bedenken ze een plan

 

 

Prent 9 – Hebben jullie hulp nodig?

Samen duwen ze de kast open

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Wat is een meter? Hoe kunnen we dat te weten komen?
  • Wie kan een meter aanwijzen / tekenen (bv. op de grond)?
  • Wie zou er achter de geheimzinnige stem zitten?

 

Prent 10 - Brood is sterk

Broodje Bruin helpt

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Wie lust er graag boterhammetjes? Welke lust je graag (wit, bruin, graantjes of niet)? Waarom?
  • Hoe en door wie wordt brood gemaakt? Hoe krijgen we boterhammetjes uit een brood?
  • Wat heb je graag bij je boterham? Waar komt je beleg vandaan, denk je? (bv. vlees = kip, koe, …)
  • Door wie wordt het beleg tussen je boterhammetjes gemaakt? Hoe gebeurt dat dan?

TIP: Hou een blinde proevertjeswedstrijd: de kinderen proeven geblinddoekt verschillende soorten brood (zonder beleg). Ze vertellen welke ze het lekkerste vinden en waarom.

UITDAGING: Kunnen we zelf gezond en duurzaam boterhammenbeleg maken? Hoe beginnen we daaraan? Waar vinden we de informatie/recepten? www.velt.nu/ecosmos.

Prent 11 - Paprika heeft een plan

De circusacrobaten aan het werk

Sleutelvragen die bij deze prent horen:

  • Hoe komt het dat de vrienden zo lenig en sterk zijn? (vitamientjes, vezels, … ) Wie is er al eens naar het circus geweest? Wat zag je toen allemaal?
  • Kunnen we zelf ook een beetje circusacrobaten worden? Zullen we daarop oefenen?

 

Prent 12 - Een prachtig gevulde brooddoos

Gevulde Red glundert

Mogelijke MOS-acties

1. Laat de kinderen hun brooddoos personaliseren door ze bv. een gezichtje te geven, of een naam die ze zelf mogen kiezen. Geef de brooddoos van de kinderen regelmatig een forum in de klas (bv. tijdens een kringgesprek/praatronde). Prikkel de fantasie van de kinderen en laat ze zelf verhalen verzinnen over de avonturen van hun brooddoos en het voedsel dat hij/zij dagelijks vervoert. Zorg ervoor dat de kinderen de door hen gegeven naam van hun brooddoos gebruiken. Zo kweken ze een relatie met hun brooddoos.

2. Delen is het nieuwe hebben. Gooi open die brooddozen en organiseer een brooddozenpotluck! Spreek dit vooraf wel goed af met de ouders en collega’s. Maak duidelijke afspraken met ouders en kinderen wat er wel/niet in de brooddozen mag (bv. snoep, koek, …). Laat je leiden door de omgekeerde voedingsdriehoek. De brooddozenpotluck is een leuke manier om elkaars voedsel-cultuur en andere smaken te ontdekken. Herhaal deze actie regelmatig (bv. met de seizoenen).

3. Daag de kinderen uit om de gezondste, duurzaamste, kleurrijkste, lekkerste, … gevulde brooddoos mee naar school te brengen.

4. Zin om soep met de kinderen te maken? Doe het eens anders en ga aan de slag met de MOS-actiefiche ‘Soep met ballen!'

De prenten waarnemen

De personages in het verhaal

  • Red de brooddoos: prent 1, 2, 5, 6, 8, 11, 12.
  • Brecht: prent 2, 3, 4, 12.
  • Lopke: prent 2, 3, 12.
  • Mama: prent 3, 4, 12.
  • Peertje Groen, Worteltje Oranje, Paprikaatje Geel, Tomaatje Rood: prent 5, 6, 7, 8, 9, 11, 12.
  • Broodje Bruin: prent 10, 11, 12.

Gevoelens en gezichtjes

  • Prent 1: Red is benieuwd.
  • Prent 2, 3, 4 : Brecht en Lopke zijn blij.
  • Prent 5: Red is verdrietig.
  • Prent 6: Red is een beetje boos.
  • Prent 7: Tomaatje is fier.
  • Prent 8, 10 en 11: Peertje Groen, Worteltje Oranje, Paprikaatje Geel, Tomaatje Rood en Broodje Bruin zijn sterk.
  • Prent 12:  iedereen is blij.

Hulpmiddelen voor onderzoek

  • Prent 2: wat eten ze bij het ontbijt?
  • Prent 7: wat komt overeen met de omgekeerde voedingsdriehoek?

Goed zoeken

  • Gedetailleerd waarnemen:
    • Prent 1: wie woont er nog in de kast bij Red?
    • Prent 2: welke kamer is dit? Wat ontdek je allemaal op de prent? Waaraan zie je dat het een verjaardag is? Zoek Red.
    • Zoek Poes op de prenten: 2, 4, 11, 12.
    • Prent 7: zoek Peertje Groen, Worteltje Oranje, Paprikaatje Geel, wat ken je nog?
  • Vergelijkend waarnemen :

    • ​​​​​​​welke verschillen zie je tussen de prenten 1 en 5?

Woordenschat en uitdrukkingen in het verhaal

Algemeen

alle kleuren van de regenboog/ alvast/ barsten/ benieuwd/ binnenstormen/ blaken/ brommen/ circusacrobaat/ de moed opgeven/ een klus klaren/ fier(der) zijn/ gestommel/ giechelen/ glunderen/ het blad van de tafel/ het loopt helemaal anders/ hobbelen/ ik ben er niet mee eens/ ik zie dat zitten/ in een wip/ juichen/ kabaal/ kastdeur/ keukentafel/ klauteren/ lang zal hij leven in de gloria/ lenig/ met al hun krachten/ op je kant staan/ tegen iets op kunnen/ rand/ roepen in koor/ sterk als een berin/ strijdvaardig/ uit de kast komen/ vervoeren/ wachten vol spanning/ wijken/ zich uitrekken/ zware stem/

Voeding

broodjeswinkel/ bruingebakken/ chocoladebroodje/ de perfecte mengeling van verschillende graantjes/ een echte superwortel/ een pracht van een brood/ een pracht van een brooddoos/ luxebroodje/ middaglunch/ supermarkt/ vitamientjes/ voorverpakt.

Aanvulling

De term ‘brooddoos’ is gezien vanuit het oogpunt van gezonde voeding wat achterhaald. De doos bevat liefst meer dan brood met beleg. Andere term: lunchbox.

 

De inleving versterken

hart

Inlevingsmoment of -activititeit

Kringgesprekken over gevoelens bij brooddozen, voeding, eten en drinken op school, verjaardag vieren,...

Zich inleven in de personages en het verloop van het verhaal

Het verrijken van vrij spel

Participatie door de kinderen bevorderen

Inlevingsmoment of -activititeit

  • Volgende ideeën zijn bruikbaar voor een kort moment of kunnen verder uitgewerkt worden tot een activiteit.
  • Voor, na of tijdens het vertellen van het verhaal.
  • Je onderbreekt het verhaal best niet te veel.

 

Kringgesprekken over gevoelens bij brooddozen, voeding, eten en drinken op school, verjaardag vieren,...

  • Heb je een brooddoos, kleine doosjes of een lunchbox? Hoe herken je ze?
  • Gebruik je je brooddoos veel? Waarom wel/ waarom niet? Is je brooddoos gemakkelijk in gebruik?
  • Wat heb je graag in je brooddoos, rugzak,… om mee naar school te nemen? Wat eet je graag, niet zo graag of helemaal niet graag?
  • Eet je graag op school, in de klas,…? Wat is er fijn? Niet fijn?
  • Wat is er leuk aan een feestje? Aan een verjaardag?
  • Indien haalbaar in de klasgroep: Wat vind je ervan dat ‘Red de brooddoos’ en haar vrienden niet mee mogen naar het verjaardagfeestje op school? Waarom? Heb je al eens meegemaakt dat je niet mag meedoen? Wat doe je dan? Wat kunnen anderen doen?

 

Zich inleven in de personages en het verloop van het verhaal

  • Red de brooddoos met haar broer en zus zitten in de kast.
  • De familie Janssens: Brecht die vandaag verjaart, zus Lopke en mama, Brecht kiest een broodje uit de winkel en fietst samen met mama naar de school.
  • Red en haar vrienden Peertje Groen, Worteltje Oranje, Tomaatje Rood, Paprikaatje Geel en Broodje Bruin bedenken een plan en komen uit de kast.
  • Brecht komt thuis na de school,…

 

Het verrijken van vrij spel 

  • Aanbieden van spelmateriaal groenten en fruit. Aanvullen met enkele brooddozen en lunchboxen, kartonnen schaaltjes, potjes,…  Om zelf een lunch samen te stellen.
  • Ook spelmateriaal van ‘niet zo gezonde’ voeding aanbrengen.
  • Kansen bieden om via vrij spel verschillende situaties te spelen: thuis klaarmaken van de brooddozen, naar de winkel, in het restaurant, op bezoek, een feestje, middagpauze op school,….

 

Participatie door de kinderen bevorderen

  • Laat de kinderen zelf het verhaal verder uitwerken, variaties naspelen bv. zus Lopke kiest voor een donut of voor groentjes, mama en papa nemen ook een lunch mee naar het werk,…ook papa of mammie, oma, opa en anderen komen op het verjaardagsfeestje van Brecht en proeven wat lekker, gezond en niet zo gezond is.
  • Zie ook mogelijke MOS-acties bij prent 12: laat de kinderen hun brooddoos personaliseren (gezichtje, naam geven,…). Geef regelmatig de kans om hun brooddoos aan het woord te laten. Laat ze zelf verhalen verzinnen over de avonturen van hun brooddoos en het voedsel dat ze vervoert…
  • Geef kinderen de kans om bv. in boekjes te kiezen wat ze zelf graag zouden eten op hun verjaardag. Ga samen met de kinderen op zoek naar criteria die een rol spelen bij het kiezen van voeding, drank: bekend of niet bekend, reeds geproefd of nog niet, mooi gepresenteerd, groot/ klein, veel/ weinig, lekker of niet zo lekker, gezond of niet zo gezond, goedkoop of niet zo goedkoop,….

Het denken, waarnemen en onderzoeken stimuleren

hoofd met hersenen

 

Met respect voor privacy de voorkennis en ervaringen i.v.m. gezonde en ongezonde voeding verkennen

Waarnemen van brooddozen en verpakkingen, snackdoosjes, kinder-thermosbeker, drinkbus, eventueel een (bio) doggy box,...

Voor jezelf observeren hoe kleuters omgaan met hun brooddoos, drinkbus en hun middaglunch

Waarnemen van bruin brood, gezonde voeding + organiseren van een 'huishoudelijke activiteit'

Ervaren en begrijpen van de essentie van omgekeerde voedingsdriehoek

Ervaren en oefenen van begrippen met concrete voorwerpen en in concrete situaties

Proeven en smaken leren kennen

Onderzoek naar de herkomst van gezonde voeding

Waarom is gezonde voeding beter?

Participatie door de kinderen en omgeving bevorderen

Voor wie nog meer wil

 

Met respect voor de privacy de voorkennis en ervaringen i.v.m. gezonde en ongezonde voeding verkennen

  • De kleuters mogen voluit vertellen en opnoemen wat ze weten, doen, willen vragen ,… over gezond en ongezond eten, over lunchen, ontbijten,..
  • Heb je een lievelingseten en een lievelingsdrankje? Een lievelingsgroente? Heb je lievelingsfruit? Of fruit en groenten dat je niet kent, niet lust?
  • Ze krijgen veel kansen om te reageren op wat ze zien op de thematafel, prentenboeken, poster, foto’s en voorwerpen,…
  • Je leert hen brainstormen, helpt hen elkaar het woord geven, luistert, noteert en tekent op een flap of op een bord.

 

Waarnemen van brooddozen en verpakkingen, snackdoosjes, kinder-thermosbeker, drinkbus, eventueel een (bio) doggy box,...

  • Laat de kleuters de eigenschappen van Red de brooddoos opnoemen.
  • Laat ook ‘de broers en zussen van Red’ nl. de brooddozen/ lunchboxen/ drinkbussen van de kinderen en van de juf waarnemen:  kleur, vorm, grootte, materiaal, sluiting, versiering, herkenningsteken of voornaam,…
  • Breng ook zelf wat extra lunchboxen en verpakkingen, of afbeeldingen ervan, mee om de diversiteit en de waarneming te verruimen.
  • Vergelijk de voor- en nadelen van verpakkingen met brooddozen/ lunchboxen.
  • Waarvoor dient een doggy-box?
  • Lees en leg aan de kleuters uit welke info op de verpakking van hun (lievelings)eten staat

 

Voor jezelf observeren hoe kleuters omgaan met hun brooddoos, drinkbus en hun middaglunch

  • Wie heeft welke brooddoos, andere doosjes, lunchbox? Wie herkent vlot zijn doos? Hoe gaat de kleuter er mee om? Heeft iemand problemen met het zelfstandig openen van de brooddoos?
  • Wie brengt soms verpakking mee? Wat gebeurt er met het afval?
  • Is de doos proper, hygiënisch, fris?
  • Wat brengen ze mee? Wat eten of drinken ze op? Wat vinden ze lekker en wat gaat moeilijker? Hoe groot zijn de verschillen in de klas?
  • Delen ze of wisselen ze? Wat blijft in de brooddoos? Wat gebeurt met de rest?
  • Hoe doen de kinderen het die speciale voeding, dieet of hulp nodig hebben, allergie,…?
  • Is er variatie gedurende een week?
  • Werken de gemaakte afspraken i.v.m. brooddozen en drinkbussen in de klas?
  • Indien haalbaar: wie heeft geen brooddoos, meestal lege brooddoos, niet verzorgde doos, meestal ongezonde voeding of voeding waarvan je niet goed weet of ze wel gezond is?  …

Bespreek indien haalbaar en wenselijk je vaststellingen met je collega, zorgleerkracht, stagiaire of directeur:

  • Trek enkele besluiten.
  • Bekijk en bespreek wat er goed gaat, hoe je best omgaat met de verschillen in de klas.
  • Bespreek hoe dit aansluit bij het gezondheidsbeleid/ voedselbeleid in de school.

 

Waarnemen van bruin brood, gezonde voeding + organiseren van een 'huishoudelijke activiteit'

  • Laat weten dat de kleuters geen lunch hoeven mee te brengen ofwel gewoon een lege brooddoos meebrengen.
  • Zorg voor peer, wortel, tomaat, gele paprika en bruin brood en enkele aanvullingen.
  • Laat de kinderen handen en voeding wassen, kijken, voelen, proeven, beschrijven, snijden, klaarmaken, ….
  • Bereid samen een middaglunch voor, drink water en geniet er samen van.
  • Geef de kleuters restjes mee in hun brooddoos.

 

Ervaren en begrijpen van de essentie van omgekeerde voedingsdriehoek

Bekijk de voedings- en bewegingsdriehoek van het Vlaams Instituut Gezond Leven

  • Vertrek van de gezonde voeding in het verhaal en in de waarneming.
  • Hang een poster van de omgekeerde voedingsdriehoek op in de klas en laat de kleuters er op reageren.
    • Zoek Peertje Groen, Worteltje Oranje, Tomaatje Rood, Paprikaatje Geel op de poster.
    • Gebruik ook prent 7 - Tomaat is fier. Laat de kinderen de groenten en fruit op de prent benoemen.
    • Zoek deze groenten en het fruit op de poster van de voedingsdriehoek.
  • Laat de kleuters opnoemen en tekenen wat ze nog allemaal graag eten en drinken. Rangschik op een rode bol of op een groene driehoek. Groen = hier mag je meer van eten of drinken. Rood = dit eet of drink je best zo weinig mogelijk. Leer de kleuters om een onderscheid te maken tussen gezond en niet zo gezond.
  • Laat de kinderen spelen en oefenen met een rode bol en een groene driehoek en met losse afbeeldingen van voeding en drank op een magneet- of prikbord.
  • Als dit aanslaat kan je verder gaan naar ‘elke dag water drinken’, en naar het onderscheid tussen ‘donkergroen’ en ‘lichtgroen’.  Als achtergrondinformatie voor jezelf kan je de video’s bekijken over de omgekeerde voedingsdriehoek en informatie op de website van gezondleven.be .
  • Blijf dit opvolgen tijdens de komende dagen/ weken. Laat de kleuters verbanden leggen tussen wat ze meebrengen en de poster of verwijs er zelf naar om te bevestigen.

 

Ervaren en oefenen van begrippen met concrete voorwerpen en in concrete situaties

  • Kleuren, lichter en donkerder.
  • Meer en minder.
  • Vormen, driehoek, bol of cirkel, rechthoek (vorm brooddoos).

 

Proeven en smaken leren kennen

  • Minder gekende en nieuwe gezonde hapjes verkennen, leren proeven.
  • Proefspelletjes om de verschillende smaken − zuur, zoet, zout en bitter − te leren kennen.
  • Moet je groenten en fruit wassen en schillen? Hoe doe je dat met zorg?
  • Geef zelf het gezonde voorbeeld!
  • Kinderen proeven verschillende soorten brood, bv. geblinddoekt (zie sleutelvragen en tips bij prent 10).
  • Noteer samen met de kinderen wie wat lust/ niet zo graag lust. Kleuters moeten meestal meerdere keren proeven om andere smaken te leren waarderen. Blijf dit dus doen doorheen een langere periode. En tel opnieuw wie het lust/ niet zo lust. Vergelijk en stel vast of en hoe de voorkeuren evolueren.

 

Onderzoek naar de herkomst van gezonde voeding

  • Vanwaar komen Peertje Groen, Worteltje Oranje, Tomaatje Rood, Paprikaatje Geel? Wie heeft dit thuis of bij familie, buren,…reeds gezien, geproefd? Welke weg leggen ze af voor ze op ons bord terecht komen? Wat hebben fruit en groenten nodig om te groeien?
  • Breng afhankelijk van de ligging van de school en de tijd van het jaar een bezoekje aan een buurtwinkel, lokale supermarkt, boerderij, buurttuin, volkstuintjes, een gemeenschapsboerderij, plukboerderij, veiling, transportfirma, …
  • Probeer in contact te komen met zo veel mogelijk schakels van de weg die het voedsel aflegt, brengt dit in beeld met tekeningen en foto’s.
  • Laat kinderen kennismaken en proeven van ‘gekke groenten’ die ook lekker zijn maar niet de juiste vorm of grootte hebben om in de winkel verkocht te worden.
  • Leer kinderen gezonde, lokale en seizoensgebonden voeding kennen, proeven en waarderen. Je kan ook eens of meerdere keren soep maken met lokale groenten. Zie MOS-actiefiche ‘Soep met ballen!’
  • Hoe kan je groenten en fruit verpakken, vervoeren, bewaren? Wat zijn de voor- en nadelen daarvan?
  • Vergelijk met een ananas en een banaan. Waar komen die vandaan (zie richtvragen bij prent 7)?
  • Waar haal je gezond brood? Hoe bak je zelf brood? Wat heb je daarvoor nodig? Ga op bezoek of nodig iemand uit.

 

Waarom is gezonde voeding beter?

  • Laat de kinderen bedenken wat er kan gebeuren als je helemaal niet gezond eet en drinkt, of te veel snoept: ziek worden, vlugger verkouden of grieperig, te zwaar worden, slechte tanden, moeilijk mee kunnen doen, minder spierkracht, wondjes genezen niet zo snel, groei gaat trager, ...
  • Zoete broodjes bevatten te veel suikers en vetten.
  • Groenten en fruit bevatten meer vitaminen dan chocoladebroodjes (zie richtvragen bij prent 7). Gezonde voeding zorgt onder meer voor energie, vezels en vitamines. Die zijn noodzakelijk voor  voor de groei en de ontwikkeling, om actief te zijn en goed te groeien.

 

Participatie door de kinderen en omgeving bevorderen

  • Laat kinderen de voor- en de nadelen van gezonde en van niet zo gezonde voeding zelf formuleren.
  • Muzische verwerking ‘mijn brooddoos is gezond’: de kleuters kunnen hun ervaringen, waarnemingen en info veelzijdig verwerken via beeld, muziek, drama, beweging, media,…
  • Nodig iemand uit of bezoek iemand die gezonde voeding kweekt, gezond brood bakt, een diëtist, fruitliefhebber, fruitkweker, gezondheidswerker, bakker, kok, keukenhulp, tuinier, veggiekok, groentekweker, bioboer,… en die het een en het ander kan tonen, vergelijken en laten proeven.

 

Voor wie nog meer wil

  • …’Vlaamse peuters en kleuters eten over het algemeen te weinig gezonde voedingsmiddelen zoals groenten en fruit en ongezoete drank zoals water en melk. Peuters eten ook te veel energierijke maar weinig voedzame producten zoals koekjes en gesuikerde drank’…. Uit ‘Gezonde voeding voor peuters en kleuters’ ©2019 Vlaamse Vereniging Kindergeneeskunde vzw / Kind en Gezin.
  • Verdiep je in het verschil en de overeenkomsten tussen gezonde en duurzame voeding. Zie bv. de brochure ‘Duurzame voeding voor baby’s en peuters’ 2015, Vredeseilanden  (nu Rikolto).
  • Maak kennis met (gezonde?) voeding voor kinderen vroeger en elders aan de hand van verhalen en getuigenissen van ouders en grootouders.
  • Leg het verband met het kinderrecht ‘recht op voedsel’. Elk kind heeft recht op gezonde voeding. Laat de kinderen kennismaken met de middaglunch van leeftijdsgenoten elders.

Acties om samen met de kinderen uit te voeren

hand

Aan de slag met je besluiten bij de observaties

Een gezonde middaglunch en proefspelletjes blijven aanbieden

Organiseren van een toonmoment voor ouders, andere klassen,...

Ouders informeren

In overleg met ouders en collega's een brooddozenpotluck organiseren

Samenwerkingsprojecten met ouders en grootouders

Participatie door de kinderen en de ouders

Voor wie nog meer wil

 

Aan de slag met je besluiten bij de observaties

  • Je hebt enkele besluiten getrokken na het observeren hoe kleuters omgaan met hun brooddoos, drinkbus en hun middaglunch.
  • Gebruik de kwaliteitscirkel (plan-do-check-act) om waar nodig het een en ander bij te sturen in je klasgewoontes. Bepaal welke actie haalbaar en wenselijk is. Hou vol en mik op het vastzetten van een goede vaste gewoonte. Indien haalbaar in overeenstemming met je collega. Indien mogelijk in overeenstemming met het gezondheidsbeleid/ voedingsbeleid van je school.

 

Een gezonde middaglunch en proefspelletjes blijven aanbieden

  • Regelmatig proefspelletjes en een gezonde middaglunch voorbereiden en er samen van genieten.
  • Laat de poster van omgekeerde voedingsdriehoek in de klas hangen, zodat kinderen of jij zelf het verband kunnen/kan leggen en er naar kunnen/kan verwijzen.

 

Organiseren van een toonmoment voor ouders, andere klassen,...

Andere kinderen, ouders ,… krijgen de kans om kennis te maken met het verhaal van Red de brooddoos:

  • Het verhaal kan verteld of uitgebeeld worden.
  • Thematafel en beeldend werk zijn tentoongesteld.
  • De kinderen leggen zelf uit en tonen wat gezonde voeding en drank is. Ze tonen hoe ze daar veel energie en vitaminen van krijgen (zie bv. bewegingsmoment circusacrobaten)
  • De kinderen vragen hulp om hun keuze voor gezonde voeding vol te houden. Ze mogen ook aangeven wat ze wel eens voor hun verjaardag willen proeven, eten, drinken.
  • Iedereen die dit wil, mag proeven.

 

Ouders informeren

Ouders motiveren werkt best tijdens een of meerdere open onthaalmoment(en) in de klas, op  een ouderavond, tijdens een thema-avond, of waar nodig via het opbouwen van een vertrouwensrelatie, een huisbezoek,…

 

In overleg met ouders en collega's een brooddozenpotluck organiseren

  • Zie tip bij prent 12. Bekijk of het haalbaar is in je klasgroep. Ga respectvol om met wat kinderen meebrengen of met ouders die je niet zo makkelijk kan bereiken.
  • Mits duidelijke afspraken met ouders en kinderen kan dit een leuke manier zijn om elkaars gewoontes en eetcultuur te leren kennen, waarderen en andere smaken te ontdekken. Liefst geen snoep of koek.
  • Breng ook zelf je brooddoos met gezonde voeding mee en zorg voor enkele extra gezonde hapjes.

 

Samenwerkingsprojecten met ouders en grootouders

Ouders spelen een belangrijke rol. Ze hebben meer dan de leeftijdsgenoten van hun kinderen een invloed op hun eet- en drinkgewoonten. Kinderen imiteren het eetgedrag van hun ouders. Ouders zorgen meestal ook voor de inhoud van de brooddoos. Een gezond aanbod in kinderdagverblijven en kleuterscholen is nodig om goede voedingsgewoontes aan te moedigen. Kinderen opvoeden om goede eetgewoonten te hebben, is een gedeelde verantwoordelijkheid.

Je  kan beslissen om met enkele ouders en grootouders tijdens een af te spreken periode, of zelfs wekelijks, voor een gezonde lunch in de klas te zorgen. Daarnaast kan er samengewerkt worden om:

  • ook op andere dagen voor een gezonde lunch te zorgen, in de brooddoos en thuis;
  • receptjes, ervaringen, voorstellen voor variatie en succesformules aan elkaar door te spelen;
  • zoveel mogelijk ouders en grootouders te bereiken;
  • fruit, groenten en overschotten met elkaar te delen.

Wil je dit goed als een project uitbouwen, dan kan je gebruik maken van  het 7-stappenplan van Het Vlaams Instituut GEZOND LEVEN. Dat is ook op klasniveau bruikbaar. De 7 stappen zijn:

  • zorg voor een draagvlak in de school en bij (groot)ouders van je klas;
  • breng huidige acties rond voeding op school in kaart : zie elders bij ‘Voor jezelf observeren hoe kleuters omgaan met hun brooddoos, drinkbus en hun middaglunch’;
  • bepaal prioriteiten en doelstellingen;
  • werk in een werkgroepje een actieplan rond gezonde voeding uit;
  • voer het actieplan uit;
  • evalueer en stuur bij.
  • Veranker de acties en besluiten in het klasgebeuren en in het schoolbeleid indien mogelijk.

zie https://www.gezondleven.be/settings/gezonde-school/een-voedingsbeleid-op-school/op-weg-naar-een-voedingsbeleid

 

Participatie door de kinderen en de ouders

  • Je respecteert de mening van de kinderen en hun loyauteit t.o.v. de voedingsgewoontes thuis. Je geeft kinderen in de klas volop de kans om de voor- en nadelen van voeding te ervaren en te bespreken.
  • Je biedt kinderen alternatieven i.v.m. gezonde voeding aan, zodat ze kunnen kiezen en groeien in hun persoonlijke voorkeur.
  • Je acties op school kunnen maar succesvol zijn als je:
    • op de vragen en voorstellen van de kinderen voortbouwt.
    • ouders en opvoeders informeert en uitnodigt tot samenwerking.

 

Voor wie nog meer wil

  • Organiseer activiteiten die nog een stap verder gaan dan de brooddoos of de middaglunch op school:

    • een gezond ontbijt op school;
    • een internationaal ontbijt. Probeer het verband te leggen met de omgekeerde voedingsdriehoek en ontdek gezonde varianten voor ontbijt en middaglunch;
    • een wereldmaaltijd (zie wereldmaaltijd.nl) of een solidariteitsmaaltijd: samen eten wat iedereen op deze wereld zou moeten kunnen eten, want er is genoeg voor iedereen.
  • Werk mee aan de verbetering van het gezondheidsbeleid, het voedingsbeleid en het (kans)armoedebeleid van de school, zodat je initiatieven daarin kunnen kaderen. Bekijk samen met het CLB of het haalbaar en wenselijk is dat de school meer tegemoetkomt aan de basisbehoeften van kinderen.